SBI training & advies
Amersfoortseweg 98
Postbus 69
3940 AB Doorn
tel. 0343 - 47 33 33
fax 0343 - 47 33 49
e-mail: info@sbi.nl

Uitgebreide contactgegevens >>

Hoe werkt het adviesrecht? (art. 25)

Afb. artikel 25

Artikel 25 WOR | het adviesrecht van de OR

Artikel 25 van de WOR behandelt het adviesrecht van de ondernemingsraad. De OR heeft dus het RECHT om advies uit te brengen. Maar wat staat er nu precies in dat artikel 25 van de WOR? De belangrijkste vragen behandelen we hieronder.

1. Over welke besluiten heeft de OR adviesrecht volgens artikel 25 WOR?

De WOR (Wet op de Ondernemingsraden) verleent 2x het adviesrecht. Artikel 25 gaat over het adviesrecht bij materiële besluiten, Een volledige lijst van de onderwerpen vindt u in artikel 25, lid 1. Daarnaast is er echter nog artikel 30, dat adviesrecht bij benoeming of ontslag van bestuurders betreft. Artikel 30 gaat dus om personele besluiten.

2. Artikel 25, lid 1 heeft een buitenlandclausule. Wat wordt hiermee bedoeld?

Artikel 25, lid 1 benoemt alles dat valt onder het adviesrecht van de ondernemingsraad. De buitenlandclausule bepaalt echter dat het adviesrecht NIET geldt als het voorgenomen besluit - dat valt onder artikel 25 lid 1b of 1n! – betrekking heeft op een onderneming in het buitenland.

Een belangrijke kanttekening hierbij is dat dit alleen geldt als redelijkerwijze verwacht kan worden dat het voornemen niet zal leiden tot een besluit genoemd onder artikel 25 lid 1c t/m 1f over de eigen onderneming. Natuurlijk is de ondernemer verplicht aan te geven of en zo ja welke gevolgen voor de eigen onderneming zullen zijn.

3. Is artikel 25 alleen van toepassing op definitieve besluiten of ook op pilots, experimenten en proefprojecten?

Het adviesrecht van artikel 25 geldt alleen als een voorgenomen besluit daadwerkelijk een definitief besluit wordt. We hebben het dan over een besluit dat onomkeerbaar is met onomkeerbare (personele) gevolgen.

Een proefproject, experiment, pilot of tijdelijk besluit is volgens het adviesrecht niet adviesplichtig als de ondernemer vooraf in het overleg met de OR heeft aangetoond dat het besluit en de gevolgen omkeerbaar (beperkt en tijdelijk) zijn. Ook moet vastliggen dat de definitieve besluitvorming na afloop van het experiment zal plaatsvinden.

In de regel volgt na een experiment een adviesplichtig voorgenomen besluit of keert bij een tijdelijk besluit de oude situatie terug. Kan de ondernemer niet aantonen dat er slechts omkeerbare gevolgen zijn, dan moet de OR aannemen dat er adviesrecht is bij een project, pilot of tijdelijk besluit.

4. Wanneer is een besluit belangrijk, dus adviesplichtig volgens artikel 25?

Artikel 25 bepaalt dat het de ondernemer is die als 1e bepaalt of een besluit adviesplichtig is. Overleg met en informatie aan de OR is nodig opdat hij zelf een oordeel hierover kan vormen. Daarbij zijn er een aantal handvatten:

  1. het gaat om niet alledaagse besluiten, bijvoorbeeld geen alledaagse investering
  2. de aard, inhoud en omvang van het besluit moet afgezet worden tegen de omvang en de aard van de werkzaamheden van de onderneming
  3. de aard en de omvang van de personele gevolgen; hoeveel mensen worden in welke mate getroffen door het te nemen besluit
  4. statutaire goedkeuring van de Raad van Commissarissen of Raad van Toezicht maakt een besluit tot een belangrijk besluit

Hebt u meer vragen over artikel 25 WOR? Bel dan gratis de OR advieslijn