De polder is niet dood, zegt de nieuwe CNV-voorzitter Hans van den Heuvel zonder aarzeling. Wie goed kijkt, ziet geen systeem dat afbrokkelt, maar een overlegcultuur die steeds opnieuw vorm krijgt in een veranderende samenleving. “Ik geloof niet in scherpe actiemodellen, niet in nieuwe sociale contracten of netwerkmodellen,” zegt hij. “Ik geloof in een revitaliseerde polder die in de nieuwe tijd, in iedere tijd die weer verandert, zijn plek heeft.”
Vanuit dat vertrekpunt lopen in ons gesprek drie lijnen voortdurend door elkaar heen: AI, sociale zekerheid en arbeidsverhoudingen. Samen vormen ze voor hem eigenlijk één verhaal over dezelfde vraag: hoe houd je als werkende mens invloed, zekerheid en verbinding in een wereld die sneller, digitaler en individueler wordt? Dat maakt dit gesprek een boeiend pleidooi voor een nieuwe manier van kijken naar werk en samenleving.
De polder is geen museumstuk
Als we hem vragen of de polder nog toekomst heeft, is zijn antwoord opmerkelijk resoluut. Hij wil niet mee in het doemdenken dat het klassieke overlegmodel heeft afgedaan. “Natuurlijk zijn er uitdagingen. Daar loop ik dan ook niet voor weg.” Maar wie alleen de knelpunten ziet, mist volgens hem de continuïteit die juist zo kenmerkend is voor arbeidsverhoudingen in Nederland.
Daarbij helpt het hem dat hij zichzelf niet alleen als vakbondsman, maar ook als historicus ziet. “Ik probeer het een beetje in de context te plaatsen. Iedere historicus kent het vakbegrip standplaatsgebondenheid. Je beschouwt de realiteit altijd vanuit een positie.” Die blik maakt hem tegelijk nuchter en biedt hem weerwoord tegenover mensen die de polder afschrijven als ouderwets of uitgewerkt.
Toch ziet hij heus wel druk op het model. Jongeren moeten worden aangehaakt, nieuwe sectoren vragen om nieuwe vormen van organisatie, en de organisatiegraad kan in zijn ogen nog altijd omhoog. Maar dat zijn voor hem geen argumenten om het model te verlaten; juist wel om het beter te gebruiken. “Ik denk wel dat alles staat om dat te adresseren.”
AI vraagt om zeggenschap
De scherpste vragen in het gesprek gaan over AI. Niet omdat technologie op zichzelf het probleem is, maar omdat AI iets doet met machtsverhoudingen, leerwegen en afhankelijkheid. “AI doet iets met de machtsbalans in de wereld. We zijn enorm afhankelijk geworden van Amerika. En dat betekent ook iets voor onze eigen bedrijven”.
Voor hem is de Europese vraag daarom niet alleen hoe je AI reguleert, maar vooral hoe je er zelf richting aan geeft. Reguleren alleen is te mager. Hij wil eigen zeggenschap, ook over de toepassingen die straks het dagelijks werk bepalen. “De grote uitdaging is hoe we ervoor zorgen dat Europa daar een zichtbare eigen positie in kan vinden.”
De grootste zorg zit voor hem echter bij jongeren. AI neemt volgens hem niet alleen uitvoerend werk over, maar ook het traject dat jonge professionals nodig hebben om het vak te leren. “Hoe word ik nu nog wetenschapper? Hoe word ik nu nog senior beleidsspecialist?” vraagt hij zich af. “Als dat voorportaal in feite niet meer voor jongeren beschikbaar is, dan heb je echt een probleem. Vervreemding dreigt om de hoek.”
Daarmee raakt hij aan een bredere verschuiving. AI maakt werk sneller en efficiënter, maar kan ook de opbouw van ervaring verstoren. De promovendus die vroeger de ondersteuner van de hoogleraar was, de beleidsmedewerker die eerst een verkenning schreef: die tussenstappen verdwijnen sneller dan veel organisaties doorhebben. “Het is nu juist het beleidswerk, het wetenschappelijk werk, waar echt grote delen door AI wordt opgepakt.AI heeft zo ook invloed op de wijze waarop mensen zin in hun werk ervaren.”
Sociale zekerheid is van werkenden
Diezelfde vraag naar zeggenschap keert terug bij sociale zekerheid. WW en WIA zijn geen abstracte overheidsinstrumenten, maar verzekeringen die werkenden samen financieren. Daarom hoort daar volgens hem ook gezamenlijke zeggenschap bij. “Het is ook ons eigen geld. We leggen daar 43 miljard per jaar in en halen daar 33 miljard per jaar uit.”
Zijn punt is niet alleen financieel, maar ook principieel. De fondsen zijn ooit opgezet om mensen te beschermen tegen tijdelijk onheil, en die oorspronkelijke bedoeling moet niet vervagen. Daarom pleit hij voor meer tripartiete invloed van werkgevers, werknemers en overheid op de besteding en de voorwaarden. “We verzekeren ons tegen tijdelijk onheil. daar hoort ook bij dat we daar samen verantwoordelijkheid voor dragen.”
Opvallend is dat hij daar juist brede politieke ruimte voor ziet. Niet als ideologisch project, maar als praktisch voorstel dat op meerdere plekken in de Kamer zou kunnen landen. Dat past bij zijn manier van denken: niet in links of rechts, maar in werkbare structuren die mensen daadwerkelijk houvast geven.
Het huis moet leven
Aan het slot van het gesprek komt het Huis van Arbeidsverhoudingen ter sprake. Voor hem is dat geen mooie vlag boven een interessant concept, maar iets wat pas betekenis krijgt als het ook werkelijk in contact staat met de praktijk. Het idee bestaat al langer, maar volgens hem moet het nog veel zichtbaarder worden in de dagelijkse werkelijkheid van werkgevers en werknemers.
Daar ligt ook de link met wat hij eerder over de polder zei. Als samenwerking alleen aan de top plaatsvindt, blijft het een begrip op afstand. “Als je echt het huis van samenwerking in de polder wil zijn, moet je ook met de polder praten.” Daarom ziet hij meer in bijeenkomsten die niet alleen bestuurders trekken, maar ook de mensen van de werkvloer zelf. Vergelijkbaar met het Zomeratelier van het Centrum van Actief Burgerschap, voor de samenwerking tussen burgers en ambtenaren, stelt hij zich een Winteratelier voor waarbij vakbonden, werkgeversorganisaties en hun leden samenwerken. Op die manier kan het Huis van Arbeidsverhoudingen echt waarde toevoegen aan de polder.
Voor hem horen de drie thema’s AI, Sociale zekerheid en Arbeidsverhoudingen onlosmakelijk bij elkaar. AI vraagt om zeggenschap over technologie. Sociale zekerheid vraagt om zeggenschap over collectieve bescherming. En het Huis van Arbeidsverhoudingen vraagt om zeggenschap over de manier waarop mensen elkaar in de arbeidswereld blijven ontmoeten. “Ik geloof in een polder die zichzelf telkens opnieuw uitvindt en met nieuwe energie presenteert,” besluit hij.
CNV is partner van het platform AI, arbeid & sociale innovatie dat SBI samen met de Argumentenfabriek heeft geïnitieerd.