op Gepost in de categorie Interview

AI ontwikkelt zich razendsnel. Daarmee zeggen we niets nieuws. De ontwikkelingen vinden op dagelijkse basis plaats. Maar wie zit er aan de knoppen en aan het stuur? Of beter gezegd: realiseren we ons wat  de gevolgen van deze ontwikkelingen zijn voor bijvoorbeeld onze democratie? Zijn we ons wel bewust van de consequenties?  

Petra van de Goorbergh, expert en adviseur op het gebied van arbeidsmarkt, strategie en inclusie bij De Argumentenfabriek en Marleen Stikker, denker en adviseur op het snijvlak van technologie, democratie en publieke waarden bij Waag Futurelab en internetpionier. Met hen een gesprek over AI: het eigenaarschap, arbeid, democratie en de rol van overheid, bedrijven en vakbonden in deze technologische omwenteling.  

Om met een actuele ontwikkeling te beginnen. De Argumentenfabriek werkt samen met SBI aan een platform AI, arbeid en sociale innovatie. Wat is het doel daarvan? 

Van de Goorbergh: “We zien dat er veel gesproken wordt over AI in termen van productiviteit en economische groei, maar veel minder over fundamentele vragen over ons sociale stelsel. Wat betekent AI voor arbeid, arbeidsverhoudingen, medezeggenschap en sociale innovatie? Om die leemte op te vullen bouwen  we samen met SBI aan een breed platform waarin publieke en private partijen nadenken over AI, arbeid en sociale innovatie, met als doel fundamentele vragen  over deze thema’s in kaart te brengen, te beantwoorden en praktische handvatten te ontwikkelen voor werkgevers en werknemers.” 

Stikker: “Ik vind dit een sterk initiatief waar ik graag aan mee wil werken en denken. In veel AI-discussies is de kernvraag: wie is eigenaar, wie heeft zeggenschap en in welk belang wordt technologie ingezet? afwezig. Dit platform kan juist de plek worden waar strategische autonomie, governance, ecologie en sociale rechtvaardigheid de hoofdrol spelen.” 

Hoe kijken jullie naar de populaire belofte: AI inzetten om werk menselijker te maken in plaats van mensen te vervangen? 

Stikker: “Dat klinkt sympathiek, maar er zitten grote aannames onder: dat we het met z’n allen oké vinden dat deze systemen er zijn, dat we er geen fundamentele vragen meer over hoeven te stellen en alleen nog hoeven te ‘managen’. Of beter gezegd, te ‘corrigeren’. De uitkomsten van AI kunnen niet klakkeloos worden overgenomen. Creatieve beroepen worden zo ‘corrigerende’ beroepen. Dat blijkt niet altijd tot hoger arbeidsgenot te leiden. Wat vaak vergeten wordt: achter generatieve AI zit verscholen arbeid, vaak zeer onaangenaam en traumatiserend dat wordt uitbesteed aan lageloonlanden. Je kunt niet serieus over AI praten zonder het te hebben over eigenaarschap, strategische autonomie en de machtsverhoudingen achter de technologie. Wat vaak ontbreekt is het gesprek aan de voorkant: welke waarden zijn leidend, maatschappelijk en in organisaties?”  

Van de Goorbergh: “Kortom als je als organisatie AI wil inzetten is het belangrijk om eerst te bepalen: waarvoor precies, onder welke voorwaarden, met welke impact op de kwaliteit van het werk, hoe bouwen we checks en balances in en hoe gaan we om met privacy en eigenaarschap van gegevens? En ga hierover met je werknemers in gesprek.​” 

Waarom is eigenaarschap van AI-systemen zo’n cruciaal thema? 

Stikker: “Veel AI-systemen zijn in handen van grote, vaak Amerikaanse bedrijven, en zelfs als een Nederlandse mkb’er AI gebruikt, is dat meestal niet ‘eigen AI’. Daarmee geef je als organisatie een groot deel van je eigen intelligence – je kennis, processen en data – weg aan een externe partij en lever je jezelf uit aan geopolitieke machten die niet per se in jouw belang handelen. Dit gaat niet alleen over techniek maar ook over machtsbalans tussen arbeid en kapitaal. Als bedrijven of investeerders via AI extreem veel macht krijgen over werk en werknemers, zonder tegenmacht vanuit werknemers, werkgevers , vakbonden en  publieke instituties, dan raakt dat direct aan waardigheid, zeggenschap en inkomensverdeling.​” 

Hoe beoordelen jullie de manier waarop de Nederlandse overheid met AI omgaat? 

Van de Goorbergh: “Er is geen integrale visie op AI, arbeid en publieke waarden; ieder ministerie pakt AI op vanuit zijn eigen beleidsterrein, vaak op hoog over-niveau en zonder de gevolgen  voor werk en mensen te doordenken. De overheid zit niet aan het stuur. Het beeld dat ik voor me zie is een overheid die verstijfd toekijkt als een konijn dat in de koplampen van een nadere staart of juist meebeweegt en als een kudde schapen  achter de we-moeten-mee-doctrine aanloopt.​” 

Stikker: “Technologiebeleid ligt nu vooral bij Economische Zaken, terwijl technologie niet neutraal is en dus ook bij Binnenlandse Zaken, Sociale Zaken, Onderwijs en Cultuur thuishoort. Er is eigenlijk een sterk ministerie van Digitale Zaken nodig dat integraal kijkt naar democratie, rechtsstaat, economie, arbeidsmarkt en veiligheid in relatie tot digitale technologie.​” 

Jullie verbinden AI direct aan democratie en geopolitiek. Waarom? 

Stikker: “De kernvraag is: gaan we nog over onze eigen toekomst, of wordt die bepaald door anderen – door Big Tech, kapitaalmarkten of buitenlandse staten? Als onze bedrijven, overheid en publieke diensten draaien op infrastructuur en AI-systemen waar we geen zeggenschap over hebben, staat onze vrijheid en onze democratie op het spel. Digitale infrastructuur en sociale media zijn niet alleen een innovatievraagstuk maar ook een veiligheidsvraagstuk: als we geen grip hebben op het digitale publieke debat en de technologie waar dat op draait, dan is ook de democratische besluitvorming kwetsbaar. Ik denk dat het effectiever is om AI te beschouwen  als veiligheids- en weerbaarheidsvraagstuk dan als ‘alleen maar’ sociale innovatie, omdat politiek en beleid daar sneller op reageren.​” 

De ecologische impact van AI komt  weinig terug in het publieke debat. Hoe kijken jullie daarnaar? 

Stikker: “De energie- en grondstoffenvoetafdruk van AI wordt zelden echt meegenomen in analyses, terwijl we tegelijk kampen met netcongestie, druk op water en natuur en ambitieuze klimaatdoelen. Dan moet je je afvragen: voor welke toepassingen vinden we het verantwoord om zoveel energie en grondstoffen te gebruiken, en voor welke niet. Het gaat niet alleen om kan het technisch, maar om waar willen we onze schaarse middelen voor inzetten? Als we AI serieus willen plaatsen binnen planetaire grenzen, hoort die ecologische afweging standaard in het besliskader van organisaties én overheid.” 

In de zorgsector wordt AI ingezet in het bijvoorbeeld vroegtijdig opsporen van kanker. Wat kunnen andere sectoren leren van de manier waarop AI in de zorg wordt toegepast? 

Stikker: “In de zorg zie je vaker strakkere checks and balances: Er is sprake van trials, ethische commissies en strengere procedures voordat iets in de praktijk wordt toegepast. Buiten de zorg wordt AI vaak gewoon ‘aangeboden’ in werkomgevingen zonder echte toetsing, terwijl de impact op mensen, werk en rechten minstens zo groot kan zijn. De zorgsector laat zien dat het anders kan: dat je technologie pas kunt moet toelaten als duidelijk is dat de toepassing werkt, veilig is en binnen ethische kaders past. Zulke governancestructuren zijn nodig in alle sectoren waar AI beslissingen over mensen beïnvloedt, bijvoorbeeld in HR, onderwijs en publieke dienstverlening.​”  

Van de Goorbergh: “Checks and balances inbouwen in processen zorgt er ook voor dat je kunt toetsen of de technologie nog voor je werkt en geen ongewenste effecten heeft. Het stelt organisaties in staat om te controleren of technologie nog steeds bijdraagt aan de doelen en geen ongewenste effecten heeft. Als dat wel het geval is, biedt dit de kans om bij te sturen. Dit begint met een helder beeld van wat je van AI verwacht en vanuit welke waarden je werkt. Zo voorkom je dat technologie op de lange termijn meer problemen veroorzaakt dan oplost.” 

Je spreekt als het gaat over AI ook over ‘commons’ en publieke digitale infrastructuur. Wat bedoel je daarmee? 

Stikker: “Een common is een resource die gezamenlijk wordt beheerd, met collectief afgesproken regels over toegang, gebruik en besluitvorming. In de digitale wereld zie je dat bijvoorbeeld bij Linux en Nextcloud: de broncode is als commons in een stichting/coöperatie geborgd, terwijl daaromheen een ecosysteem van bedrijven diensten aanbiedt. Het bestaan van juridische organisatievormen als stichtingen, verenigingen, coöperaties – spelen hierin een onderbelichte rol. Door kritieke digitale infrastructuur in zulke niet-commerciële entiteiten te organiseren, kun je publieke waarden beter borgen en toch ruimte laten voor gezonde economische activiteit eromheen.​” 

Hoe zien jullie de rol van vakbonden in dit verhaal? 

Stikker: “Historisch gezien leidde de industriële revolutie tot de opkomst van vakbonden en politieke bewegingen rond arbeid, omdat technologie de machtsbalans sterk verschoof. Nu AI minstens zo ingrijpend is als de stoommachine, is het opvallend stil vanuit vakbonden en politieke partijen over eigenaarschap van data, algoritmen en geautomatiseerde arbeid.​” 

Van de Goorbergh: “Vakbonden zouden zich harder en prominenter moeten inzetten voor  het vormgeven van AI-agenda’s als onderdeel van  cao’s en arbeidsvoorwaardenbeleid. Vanuit de werkgevers is wel aandacht voor het onderwerp in  arbeidsvoorwaardennota’s, maar het gaat vooral over  vanuit productiviteit, opleiding en loon, terwijl het juist moet gaan om zeggenschap over systemen en waardigheid van werk.” 

Iedereen lijkt haast te hebben met AI. Is die haast terecht? 

Stikker: “De enorme haast komt vooral uit de kapitaalmarkt: venture capital, beursverwachtingen en het spel van “wie wordt de grootste” bepalen het tempo, niet de reële economie of maatschappelijke behoefte. Als Europa zegt ‘wij willen niet het pad van China of Silicon Valley volgen’, dan kunnen we er bewust voor kiezen die kapitaal gedreven haast er juist uit te halen. Er is wél haast, maar dat is een andere: de urgentie om waarden, governance en publieke belangen goed te organiseren vóórdat systemen overal diep zijn ingebed. In plaats van klakkeloos mee te rennen, moeten organisaties en overheden snel hun eigen afwegingskader ontwikkelen zodat ze ook bewust “nee” of “anders” kunnen zeggen.​” 

Je pleit voor een fundamenteel ander economisch perspectief. Wat bedoel je daarmee? 

Stikker: “Veel dominante economische modellen zijn ontstaan in de vorige eeuw en optimaliseren  groei en arbeidsproductiviteit, met als effect dat vooral kapitaal profiteert en de planeet wordt uitgeput. Als je serieus neemt dat we binnen planetaire grenzen én sociale rechtvaardigheid willen blijven, moet je je afvragen of arbeidsproductiviteit nog wel het juiste hoofddoel is. Gezonde economie betekent gezonde bedrijven die winst kunnen maken, maar binnen grenzen van mens en planeet. Dat vraagt ook om andere governance-vormen, zoals steward ownership-modellen, waarin eigendom en zeggenschap zo zijn ingericht dat ook werknemers en samenleving duurzaam meeprofiteren.​” 

In welke soorten werk zien jullie wél een duidelijke rol voor AI, en waar juist niet? 

Stikker: “AI kan nuttig zijn bij patroonherkenning in medische data of in fabrieksprocessen met repetitieve, geestdodende arbeid. Maar daar waar beslissingen over mensen worden genomen – in HR, rechtspraak, sociale zekerheid of zorgbeslissingen – mag je die beslissingen niet overlaten aan autonome systemen zonder menselijke verantwoordelijkheid. Ook de belofte van productiviteitswinst moet kritisch bekeken worden: onderzoek laat zien dat AI soms vooral werk verschuift in plaats van vermindert, bijvoorbeeld door meer senioren nodig te hebben die AI-gegenereerde output controleren. Dat roept vragen op over opleiding, doorgroei en de toekomst van juniorfuncties als juist die taken worden geautomatiseerd.​” 

Van de Goorbergh: “Beslissingen over leven en dood, zoals medische triage, juridische uitspraken of kritieke veiligheidskeuzes, horen bij mensen te blijven. Hetzelfde geldt voor taken waarbij menselijke beoordeling en empathie centraal staan, zoals gesprekken in de zorg of onderwijs, of selectie- en ontwikkelbeslissingen in HR. AI kan wel ondersteunen, maar mag nooit de norm bepalen over wat goed, mooi of wenselijk is, dat blijft een menselijke afweging.” 

Wat hebben mensen en organisaties concreet nodig om zich goed tot AI te verhouden? 

Stikker: “Digitale geletterdheid gaat verder dan AI kunnen gebruiken: mensen moeten begrijpen wat techniek fundamenteel is, waar verschillen zitten tussen bijvoorbeeld open source en gesloten systemen, en wat dat betekent voor democratie en rechtsstaat. Demystificatie is hard nodig. Dat vraagt in onderwijs en organisaties om meer ruimte voor creatief, praktisch omgaan met technologie: black boxes openmaken, sleutelen, begrijpen.​” 

Van de Goorbergh: “Het gaat om zowel individuele vaardigheden als collectief begrips- en besluitvorming. Niet ieder mens hoeft programmeur te worden, maar werknemers, bestuurders en medezeggenschapsorganen moeten genoeg begrijpen om een geïnformeerde gesprekspartner te zijn over welke technologie ze wel en niet willen en hoe ze die in organisaties in willen zetten.​” 

Hoe krijgen we politiek en samenleving in beweging op deze thema’s? 

Stikker: “Politieke partijen nemen digitale publieke waarden en AI vaak niet serieus genoeg mee in hun kernagenda; mensen met inhoudelijke kennis belanden regelmatig op onverkiesbare plekken. Druk vanuit maatschappelijke initiatieven, professionals en kiezers is nodig om partijen te dwingen AI te zien als kwestie van democratie, veiligheid, arbeid en ecologie, niet alleen van innovatiebeleid.​” 

Van de Goorbergh: “Beweging ontstaat vaak van onderop en vanuit de samenleving: maatschappelijke organisaties, platforms zoals het onze, lokale initiatieven en professionals die in hun eigen context nieuwe normen neerzetten. Als die praktijken zichtbaar worden en laten zien dat het anders kan, groeit de politieke noodzaak om het beleid daarop aan te passen.​” 

Welke vragen zouden organisaties zichzelf minimaal moeten stellen voordat ze AI inzetten? 

Stikker: “Er is een set kernvragen die helpt om AI niet alleen technisch maar ook normatief te doordenken: waar optimaliseer je voor, en wie bepaalt dat? Wie zit er aan tafel in dat gesprek, en wie ontbreekt er? Wie is eigenaar van de technologie en data, en hoe is de governance geregeld? Hoe zijn sociale rechtvaardigheid en planetaire grenzen geborgd in ontwerp en gebruik? Als je deze vragen serieus doorloopt, kun je ook tot de conclusie komen dat je een bepaalde AI-toepassing níet wilt, of alleen onder striktere voorwaarden. Dat is precies de beweging die nodig is: niet automatisch meedoen, maar bewuste keuzes maken in lijn met je waarden als organisatie en samenleving.” 

Als jullie één boodschap zouden willen meegeven, welke is dat? 

Stikker: “De haast van Silicon Valley en kapitaalmarkten hoeft niet onze haast te zijn. Het is nodig om juist díe haast eruit te halen, zodat we tijd en ruimte hebben om een eigen koers te bepalen die democratie, arbeid, ecologie en publieke waarden vooropzet.​” 

Van de Goorbergh: “Wij hebben onze eigen haast: de urgentie om er voor te zorgen  dat organisaties, werknemers, vakbonden en overheid weerbaar zijn en een helder waardenkader hebben. Als we daarin samen optrekken, publiek, privaat en maatschappelijk middenveld kiezen we bewust voor een koers en wegen daarnaar toe in plaats van  als makke schapen achter een technologische logica aanlopen.” 

Marleen Stikker en Petra van de Goorbergh

SBI heeft afgelopen zomer het thema AI en Sociale innovatie gelanceerd. Met als doel om een sociaal innovatief antwoord te geven op de AI-ontwikkelingen die op ons afkomen. Wat doet AI met werk, met de organisatie, wat verandert er allemaal? En hoe blijft de mens daar centraal in staan? SBI heeft de samenwerking gezocht met de Argumentenfabriek. In dit artikel zien we de bevestiging van ons initiatief. AI heeft een sociaal innovatief antwoord nodig. 

Dit is een artikel uit de Zonheuvel, winter 2026.