“Er bestaat geen Chinese muur tussen de wereld van werk en de wereld van de samenleving. Toch doen we vaak alsof die er wél is. Overdag zijn we werknemer, manager, bestuurder of professional. Aan het eind van de dag trekken we, om een oude uitdrukking te gebruiken, onze stofjas uit en worden we burger, vrijwilliger, buurtgenoot of activist.”
Wat zou er kunnen gebeuren als die twee werelden veel sterker met elkaar verbonden zijn dan we denken?
Tekst/interview: Wim Oolbekkink
Stan De Spiegelaere schreef het boek Mondige burger, stille werker? met als veelzeggende ondertitel: Waarom de redding van de democratie begint op het werk. Het is een warm én wetenschappelijk onderbouwd pleidooi voor meer democratie op de werkvloer. Als onderzoeker verbonden aan de Universiteit Gent laat hij zien dat invloed op het werk niet alleen goed is voor werknemers zelf, maar ook voor organisaties én voor de samenleving als geheel. Een echte win-win-win.
Zijn centrale stelling is uitdagend: democratie wordt niet alleen gevormd in het parlement, het gemeentehuis of de buurtvereniging. Democratie wordt dagelijks geoefend op het werk. Wie daar leert meedenken, samenwerken en verantwoordelijkheid nemen; wie daar gehoord wordt, neemt die ervaringen mee de samenleving in. En het omgekeerde is ook waar: wie op het werk nauwelijks invloed ervaart, loopt het risico ook het vertrouwen in maatschappelijke instituties kwijt te raken.
We zien burgers die zich organiseren in energiecoöperaties, bewonersinitiatieven, zorgcollectieven en huizen van actief burgerschap. Mensen nemen verantwoordelijkheid en eisen invloed op beslissingen die hun leefomgeving raken. Waarom zien we diezelfde beweging veel minder sterk terug in organisaties en op de werkvloer?
“Ik zou dat toch wel even willen nuanceren. Ook op werkvlak zien we heel wat zelforganisatie. Mensen die samenkomen en zich proberen te organiseren, zaken te bespreken, iets te veranderen. Die zaken zijn natuurlijk minder zichtbaar omdat ze niet op de maatschappij of politiek gericht zijn, maar op de eigen, interne werkcontext. Maar in bijna elke onderneming zijn er whatsapp-groepen of andere informele groepen van werknemers die wat in beweging (willen) zetten.”
“Daarnaast is er een structurele moeilijkheid. In de maatschappij kan je gelijkgestemden samenbrengen om iets te realiseren. Op het werk kan je dat ook doen, maar moet je gelijkgestemden vinden in die groep collega’s waarmee je per ongeluk in dezelfde organisatie bent beland. Dat is dus een stuk kleinere vijver om in te vissen.”
“En we moeten ook kijken met wat het werk zelf met ons doet. De werkcontext is vaak nogal dubbel over zelfinitiatief en organisatie. Dat wordt door het management niet altijd in dank afgenomen en soms ook effectief bestreden. En mensen gaan zich daaraan aanpassen. Ze zijn afhankelijk van hun job voor hun inkomen en zullen tweemaal nadenken vooraleer ze met een zot idee naar buiten komen.”
Wat kunnen ondernemingsraden, werkgevers en vakbonden leren van de energie en organisatiekracht die we tegenwoordig zien in burgerinitiatieven?
“Lid zijn van een ondernemingsraad of vakbond in een onderneming is heel wat werk. Dat heb ik met eigen ogen gezien. Er zijn zoveel vergaderingen, dossiers, overleggen dat je soms geen plaats meer hebt voor creatief denken. Zo kwam er een collega mij vragen wat ze kon doen. Ze wou bijdragen. Natuurlijk niet door een vergadering voor te bereiden, maar door iets te doen. Ik stond met mijn mond vol tanden omdat ik door de bomen van de vergaderingen, het bos van de collectiviteit niet meer zag. Uiteindelijk heeft ze zelf, samen met wat anderen, de vrouwenstaking van 8 maart (Internationale Vrouwendag) voorbereid. Dat is een goeie anekdote voor de situatie. Er is wel degelijk vuur en energie aanwezig op de werkvloer. Mensen willen iets doen. Maar door al het gestructureerde overleg komt het niet altijd naar boven.”
“Begrijp me niet verkeerd. Ik ben een absolute voorstander van gestructureerd overleg via vakbond en ondernemingsraad. Maar we moeten wel durven plaats geven aan spontane initiatieven naast die bestaande structuren.”

- Democratie moet je oefenen
Een belangrijke gedachte in je boek is dat democratie niet alleen een politiek systeem is, maar ook een vaardigheid. Kun je uitleggen waarom invloed op het werk volgens jou zo belangrijk is voor de kwaliteit van onze democratische samenleving?
“Niet enkel een vaardigheid, maar ook een attitude en een deel van de identiteit. En werk is zeer bepalend voor die drie. Dat weten we uit onderzoek. Zet mensen in een onderneming die zeer hiërarchisch georganiseerd is, en ze zullen zich daaraan aanpassen en beginnen geloven in de waarde van hiërarchie, niet enkel op het werk maar in het algemeen. Ook naar de politiek en hun kinderen toe zullen ze meer aandacht geven aan hiërarchie en autoriteit dan aan inbreng, creativiteit en eigen mening. Een recente studie bevestigde dit door een experiment te doen. Enkele weken kregen arbeiders wat meer inspraak in hun werk en dat had een effect op hun productiviteit, hun welbevinden, maar ook over hun overtuigingen over democratie.”
“Ook vaardigheden zijn belangrijk. Als we even teruggaan naar je burgerinitiatieven. Die zijn gebouwd op overleg, samenwerken, discussiëren en samen beslissingen maken. Dat zijn geen eenvoudige vaardigheden. Ik leer zelf nog elke dag hoe ik écht moet luisteren naar mensen. Die vaardigheden komen niet vanzelf en moeten aangeleerd en geoefend worden. Diegene die dat kunnen op het werk hebben vele streepjes voor op diegene die op het werk niets in de pap te brokkelen hebben.”
Wat kunnen bedrijven dan doen?
“Er kwamen recent twee interessante studies uit in Duitsland. De ene keek naar wat werkgevers denken over de staat van de democratie. Lang verhaal kort: ze zijn zéér bezorgd. Ze zien fundamentele uitdagingen en willen iets doen. En dus denken ze aan stellingen innemen over politiek zaken, hun werknemers informeren en weet ik al wat. De andere studie keek naar wat werknemers van zo’n initiatieven denken. Ook de werknemers zijn bezorgd over de staat van de democratie, maar de meesten appreciëren maar matig dat bedrijven openlijk aan (partij) politiek gaan doen. Algemene principes verdedigen akkoord, maar zeggen op welke partij de werknemers beter wel of niet zouden stemmen wordt niet goed ontvangen.”
“Het interessante aan beide studies is dat ze uitgaan van dezelfde Chinese muur waarover ik sprak. Ze zien de uitdagingen voor de democratie vooral buiten het bedrijf: fake nieuws, polarisering, sociale media. Maar ze zijn blind voor wat ze zelf kunnen doen, elke dag, op hun eigen terrein. Ik zou zeggen aan bedrijven: je moet niet zozeer over democratie praten, maar het vooral doen.”
- De organisatie als mini-polder
In het Huis van Arbeidsverhoudingen spreken we wel over organisaties als een soort mini-polder: plekken waar belangen elkaar ontmoeten en waar verschillen via overleg worden overbrugd. Functioneert die mini-polder nog in een tijd van polarisatie, individualisering en platformwerk?
“Het antwoord is eenvoudig: ja. Europese bevragingen tonen dat keer op keer aan. Als je vraagt aan werkgevers en werknemersvertegenwoordigers of het overleg vlot gaat, en of de andere partij te vertrouwen is, dan is de overgrote meerderheid daarmee akkoord. Maar dat zien we natuurlijk niet op het nieuws. Daar zien we enkel wanneer het slecht gaat. Een vriend van de Belgische vakbond is daar duidelijk over: de pers belt hem als er een staking is, maar als hij een bericht stuurt over een akkoord is er geen kat die ernaar omkijkt.”
“Maar ook vanuit de werkgevers is er een probleem. Een HR-directrice kwam onlangs bij mij om te zeggen dat bij haar het overleg heel vlot verliep en dat ze veel aan de ondernemingsraad had. Maar ze vertelde me ook dat ze dat liever niet aan de grote klok hangt omdat ze dan weerwind krijgt van andere werkgevers.”
“De mini-polder heeft zijn fans nodig. Misschien is de situatie anders, maar in België kunnen we wel wat luide fans van het sociaal overleg gebruiken.”
- Actief burgerschap binnen organisaties
Het Centrum van Actief Burgerschap op Landgoed Zonheuvel hanteert een mooi uitgangspunt: begin bij wat mensen al kunnen, willen en meebrengen.
“Dat klopt helemaal en doen we soms te weinig. Uit mijn eigen ervaring weet ik dat veel aandacht gaat naar het versterken van dingen waar we als werknemersvertegenwoordigers niet zo goed in zijn: sociale wetgeving, onderhandelingen, vergaderingen doen met het management. We zouden misschien beter wat meer aandacht geven aan de dingen waar de vertegenwoordigers over het algemeen beter in zijn, en die hun sterkte zijn: contact met de mensen, luisteren naar wat er leeft en dat vertalen naar het management.”
Je boek eindigt niet met een analyse, maar eigenlijk met een oproep. Wat is één ding dat iedere bestuurder, OR-voorzitter, vakbondsbestuurder én actieve burger morgen zou kunnen doen om de invloed van mensen op hun eigen toekomst te vergroten?
“Ik ben een fan van slagzinnen die werk structureren. Uit de geschiedenis van de Belgische arbeidsbeweging haal ik er zo twee: ‘zien-oordelen-handelen’ en ‘niets over ons zonder ons’. De eerste gaat over het werk als vertegenwoordiger, vakbondsbestuurder, burger en manager. Het eerste wat je moet doen is zien. Luisteren, begrijpen, inzicht krijgen in wat er leeft en wat de situatie is. Daarna moet je oordelen, bepalen wat goed of slecht is en wat kan of moet veranderd worden. En pas dan moet je denken aan handelen en hoe de situatie recht te trekken. De tweede (niets over ons zonder ons) gaat over dat hele proces en dat inclusief moet zijn en gericht op betrokkenheid. Het mandaat van de vertegenwoordiger is niet om dingen te doen in de plaats van de werknemers, maar om ze samen te doen. Mijn ervaring is dat er vaak gehandeld of geoordeeld wordt voordat er echt gezien wordt, en dat er veel voor werknemers gebeurt maar vaak zonder hen.”
Nawoord
De belangrijkste les uit het boek van De Spiegelaere is wel dat democratie niet begint in Den Haag of Brussel, maar op de plek waar mensen dagelijks samenwerken, waar een werkgemeenschap wordt gebouwd. Want wie op het werk leert meepraten, meebeslissen en medeverantwoordelijk te zijn, neemt die ervaring mee naar de samenleving. En daarmee wordt de vraag niet alleen hoe we betere organisaties bouwen, maar ook hoe we onze democratie sterker maken.
Wim Oolbekkink, programmadirecteur van SBI, sprak met Stan De Spiegelaere op 31 augustus 2026 op Landgoed Zonheuvel naar aanleiding van zijn lezing in het kader van de Zomeracademie, het deskundigheidsprogramma van de SBI-bedrijven.
